Geheime tactiek

Met grote ogen staart hij me aan als hij mij al klaar ziet staan bij de ingang van de kerk.
‘Hoe kan dat nou?’ vraagt hij met zijn kinderlijke stemmetje. ‘Jij was net nog bij opa en oma thuis en nu ben je ineens eerder hier dan wij.’
‘Dat klopt’, zeg ik tegen hem, ‘daar heb ik een heel bijzondere tactiek voor.’ Ik geef hem een knipoog en loop naar de achterkant van de rouwauto om samen met de familie zijn opa uit de auto te halen.

Iedereen gaat zitten en de afscheidsdienst begint. Af en toe kijkt hij even om en kruizen onze blikken: zijn blik vragend, de mijne een beetje mysterieus.
Als de dienst afgelopen is, begeleid ik zijn opa in de kist en de familie weer naar buiten. Iedereen stapt in zijn eigen auto en sluit achter de rouwauto aan. Als ik zeker weet dat iedereen die meegaat naar de begraafplaats in de auto zit, geef ik de rouwauto het teken dat hij kan vertrekken. De familie volgt. In de derde auto zit hij. Onze blikken kruizen wederom en ik hef mijn hand op en zwaai naar hem. Zijn handje gaat ook omhoog en een klein beetje onzeker zwaait hij terug.

Snel stap ik in mijn auto en neem de kortste route naar de begraafplaats. Als de stoet aankomt, sta ik hen alweer bij het hek op te wachten. Alsof hij vuur ziet branden, kijkt hij naar mij. Hij weet niet hoe snel hij de auto uit moet komen en rent naar mij toe: ‘Hoe kan dit nou weer?’
Het is een oplettend mannetje. Het is hem opgevallen dat ik steeds als laatste ergens vertrek, maar als eerste weer arriveer.
Ik glimlach naar hem: ‘Ja, dat zou je wel willen weten hè?’

Ik laat hem met zijn vragen nog eventjes in het ongewisse. Straks bij de nazit zal ik hem uitleggen hoe dit kan.

Als we na de begrafenis bij het café aankomen, zoek ik hem op. ‘Zal ik je nu dan maar vertellen hoe ik steeds eerder ben dan jullie?’
‘Nee, hoeft niet’, zegt hij, ‘ik weet het al.’
Nu ben ík degene die hém vragend aankijkt.
‘Vertel?’
Zijn ogen worden groter en beginnen te glinsteren:

‘Jij hebt een machine, een teleporteermachine.’