Hoe voelt hij?
Terwijl ik met haar oma en moeder in gesprek ben om de laatste puntjes op de i te zetten voor de uitvaart, zit zij naast haar oom op de bank en hoor ik haar fluisterend vragen stellen.
Terwijl ik met haar oma en moeder in gesprek ben om de laatste puntjes op de i te zetten voor de uitvaart, zit zij naast haar oom op de bank en hoor ik haar fluisterend vragen stellen.
De wereld is in de greep van Corona. Waar je ook komt, wie je ook spreekt; het gaat alleen nog maar over Corona. De angst voor Corona heeft de regie overgenomen. Jij en ik bepalen niet meer waar je gaat en staat, op welk moment en met wie.
Té confronterend?
‘Goedemorgen, u spreekt met de juffrouw van Bas, ik wil u even laten weten dat ik uw werkwijze zeer confronterend vind voor onze kinderen!’.
‘Geloof jij in een leven na de dood?’
Dit is een vraag die mij vaak gesteld wordt.
Het jaar raast voorbij en voordat je het door hebt, staat ‘ie weer voor de deur; de maand december!
Ik zit thuis achter mijn laptop te werken, het is een mistroostige dag.
Terwijl ik samen met een paar vriendinnen buiten in het zonnetje zit, vraagt één van mijn vriendinnen; ‘wat is het mooiste compliment dat je ooit gekregen hebt in je werk?’
Als ik weg ga, kijk ik nog één keer door het raam naar het echtpaar dat ik daar achterlaat. Hij liggend in zijn bed, zij inmiddels weer zittend op de rand naast hem.
Wat een periode heb ik achter de rug! Het leven van een uitvaartbegeleider is elke dag anders, van diepe stiltes tot hectische druktes.
Ik wil niet met jou praten,
ik hoef niets van jou te weten,
jij bent helemaal níks voor mij…
Het is maandagavond rond een uur of 20.00 uur als mijn telefoon gaat.
‘Hallo mevrouw’, hoor ik een wat beverige stem zeggen.
Met enige twijfel in zijn stem vertelt hij wie hij is.
Het is 15.00 uur, Diana haar late dienst begint.
Ze is 3 weken met vakantie geweest, dus het is weer even schakelen.
Huilend met zijn hoofd in zijn handen zit hij aan tafel.
Nog geen 4 uur geleden leek zijn leven zorgeloos. Tuurlijk waren er wel wat problemen binnen het gezin, maar die leken allemaal oplosbaar. Tot 4 uur geleden…..
Het leven…zo zwaar voor jou,
het maakte geen verschil, hoe vaak ik ook zei; ik hou van jou.’
Wel eens stil gestaan bij de relatie tussen een vader en een kind?
Vanaf het moment dat ze samen zijn, is de bloedverwantschap het eerste dat hen bindt.
Ik zie je zitten in je stoel en kijk je aan.
Onze ogen vinden elkaar, maar zie jij mij werkelijk staan?
Het is een koude dag in november. Buiten dwarrelt de sneeuw naar beneden, in de kamer is het aangenaam warm. De haard brandt en op de achtergrond klinkt de muziek van Einaudi.
‘Als zij komt, dan bekijken jullie het maar en ben ik er niet bij!’.
Haar stoel valt met een klap op de grond als ze boos de deur uitloopt.
Aan tafel is het doodstil, niemand zegt iets.
Ik ben gevraagd om langs te komen voor een voorgesprek. Meneer gaat overlijden en wil graag zijn wensen vastleggen.
Als ik bij het huis ben en aan bel, valt het bordje in het raam me meteen op; -Hier waak ik-.
Mijn telefoon gaat. ‘Zou je even kunnen komen kijken? Ik heb het gevoel dat er iets raars aan de hand is met mijn dochter’, hoor ik aan de andere kant van de lijn.
‘Tuurlijk, ik kom er aan’.
Heb jij de voogdij goed geregeld voor je kinderen bij mogelijk overlijden? Of schuif je dit voor je uit? Niet doen!
Ineens is het moment daar; je wordt geconfronteerd met een overlijden, of een aankomend overlijden, en gaat op zoek naar een uitvaartbegeleider.
‘Dat mogen mijn kinderen beslissen als ik er niet meer ben.’, zegt hij zittend in zijn leren fauteuil met een zuurstof slangetje in zijn neus, als ik vraag of hij begraven of gecremeerd wil worden.
‘Lieverd, ga maar niet meer kijken bij opa.’, zegt oma tegen één van haar kleinkinderen, terwijl ze een arm om hem heen slaat. ‘Maar ik wil hem graag nog eventjes zien.’, fluistert hij terwijl we in de huiskamer zitten.
‘Dit vind ik een mooie kist, gewoon eenvoudig, maar wel netjes’, zegt mevrouw bij één van de kisten die ze in mijn kistenboekje ziet staan. Aangezien ik altijd transparant werk en mensen direct vertel wat bepaalde keuzes kosten, noem ik haar de prijs van deze kist: 190,00 euro.
Ze kijkt op van het boekje, kijkt me aan en begint verder te bladeren.
‘Hoe ben jij eigenlijk in dit vak terecht gekomen?’ vraagt één van de kleinkinderen van een familie die ik begeleid.
Ik denk even na en vertel; ’16 jaar geleden overleed mijn vader. Hij koos ervoor om niet meer verder te willen leven.
Is het toeval dat ik afgelopen weken meerdere mensen achter elkaar spreek die afscheid hebben moeten nemen van een dierbare en ‘last’ hebben van het leven dat maar gewoon moet doorgaan?
Het is 15.00 uur als mijn telefoon gaat. Er is een meneer van achtentachtig jaar overleden, of ik ze bij wil staan bij de uitvaart. Natuurlijk wil ik dat.